Persoonlijke hulpmiddelen

U bent hier: Home / ESRBHG / Opdrachten / Organieke bevoegdheden

Organieke bevoegdheden

De Raad heeft twee verschillende bevoegdheden.

De eerste is een bevoegdheid van studie, advies en aanbeveling. De Raad formuleert, op zijn initiatief of in antwoord op een vraag van de Regering, adviezen of aanbevelingen over aangelegenheden waarvoor het Gewest bevoegd is en die een invloed op het economisch en sociaal leven uitoefenen.

De Regering moet het advies van de Economische en Sociale Raad over alle voorontwerpen van ordonnantie inzake deze aangelegenheden inwinnen.

Verder moet de Raad advies uitbrengen over aanverwante aangelegenheden waarvoor de federale staat bevoegd is en waarvoor in een procedure tot vereniging, overleg of advies met het Gewest is voorzien.

De Raad legt aan de Regering een jaarverslag voor over al zijn activiteiten en over de verwachtingen inzake de aangelegenheden die tot zijn bevoegdheid behoren. Dit verslag wordt aan het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bekendgemaakt en overgemaakt.

De tweede bevoegdheid heeft betrekking op het overleg tussen de sociale gesprekspartners en de Regering inzake alle vraagstukken met betrekking tot de gewestelijke ontwikkeling en planning, behalve deze waarvoor de Gewestelijke Ontwikkelingscommissie (GOC) bevoegd is.

De ordonnantie houdende oprichting van de Economische en Sociale Raad bepaalt dat dit overleg de uitstippeling van een economisch en sociaal actieprogramma door de Regering voorbereidt, evenals van de ontwerpen van ordonnantie en van besluit met betrekking tot dit programma.

Om dit overleg te organiseren werd op 16 januari 1997 het Brussels Economisch en Sociaal Overlegcomité (BESOC) opgericht, waarin enerzijds de leden van de Regering en anderzijds de vertegenwoordigers van de organisaties van de werkgevers, de middenstand en de non-profitsector, alsook van de werknemers zetelen. Deze vertegenwoordigers zijn leden van de Economische en Sociale Raad.

Created and hosted by CIGB