Persoonlijke hulpmiddelen

U bent hier: Home

Welkom

Welkom op de website van de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de internetsite van de Brusselse sociale partners. __________________________________________________________________________

Jaarverslag 2017

De Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zopas zijn Jaarverslag 2017 gepubliceerd. 

U kunt het downloaden door op de afbeelding of hier te klikken.

 

 

 

Caroline Vinckenbosch, nieuwe directrice van de ESRBHG

De Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft het genoegen om aan te kondigen dat mevrouw Caroline Vinckenbosch werd aangesteld tot directrice van de Raad. Zij neemt haar functie op 25 juni 2018 op en vervangt aldus mevrouw Joëlle Delfosse die met pensioen gaat na de Raad meer dan 10 jaar op briljante wijze te hebben geleid.

Mevrouw Caroline Vinckenbosch behaalde een diploma criminologische wetenschappen aan de ULB en volgde gespecialiseerde studies inzake openbaar bestuur aan de Solvay Business School. Zij bouwde een loopbaan op in instellingen van de openbare sector (ESF, CGIB, DBDMH en ministeriële kabinetten). Hierbij kon zij een uiteenlopende ervaring inzake dossierbeheer en de leiding van teams verwerven.

Caroline Vinckenbosch neemt sedert 2004 op actieve wijze deel aan de uitstippeling van het Brussels gewestelijk beleid in ministeriële kabinetten, en wil zich op persoonlijke en professionele wijze inzetten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Zij is overtuigd van de essentiële rol van de sociale partners in de ontwikkeling en economische heropleving van het Brussels gewest. 

Het vooruitzicht om aan het werk te gaan voor de ESRBHG, het Brussels sociaaleconomisch overlegorgaan, vormt voor Caroline Vinckenbosch een logische evolutie in haar professioneel parcours. Gemotiveerd en geboeid door de Brusselse uitdagingen (economie, werkgelegenheid en opleiding, mobiliteit, armoede, leefmilieu…) stelt zij zich ten dienste van de Brusselse sociale gesprekspartners. Zij wil met name samen met de sociale partners bijdragen tot het welslagen van de gedeelde prioriteiten van de Strategie 2025 van de Brusselse regering, voor de toekomst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Tijdschrift van de Raad

De Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zopas het 25ste nummer van zijn Tijdschrift gepubliceerd.

Het dossier van deze editie is aan het vrouwelijk ondernemerschap in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gewijd. U kunt het Tijdschrift hier downloaden : Maart 2018.

 

 

Gemeenschappelijke verklaring inzake mobiliteit

De sociale partners van de federale en gewestelijke adviesraden roepen alle regeringen op om de mobiliteitsproblemen snel aan te pakken. De regeringen moeten daarbij bovendien met elkaar overleggen en hun acties op elkaar afstemmen om de coherentie van het mobiliteitsbeleid te garanderen. Een oplossing voor de toegenomen congestie kan enkel gevonden worden in een uitgebalanceerde mix van verschillende beleidsinstrumenten. Een dergelijke mix vraagt om samenwerking tussen de verschillende beleidsniveaus.

Mobiliteitsproblemen hebben een diepgaande negatieve impact

De toenemende mobiliteitsproblemen zijn nefast voor de economie, de werking van de arbeidsmarkt, het leefmilieu en de volksgezondheid. De sociale partners zijn erg bezorgd over de toenemende onbereikbaarheid van de economische poorten en tewerkstellingspolen van het land. Ook het steeds moeizamere woon-werkverkeer tijdens de spits baart de sociale partners zorgen, want dat heeft een diepgaande negatieve impact op een omvangrijke groep van mobiliteitsgebruikers die ze vertegenwoordigen.

Meer overleg en actie nodig

Het mobiliteitsbeleid moet volgens de sociale partners een duurzamere bereikbaarheid nastreven. De verantwoordelijke ministers moeten beter gebruik maken van de bestaande overlegorganen en ook onderling beter overleggen. Transparantie en overleg met de sociale partners zijn cruciaal om een draagvlak te creëren dat bepalend is voor het succes van het mobiliteitsbeleid. Het interfederaal overleg moet zich volgens de sociale partners toespitsen op investeringen in mobiliteit, slimmere fiscaliteit, het faciliteren van innovatieve mobiliteitsoplossingen en meer multimodaliteit. Voor dat laatste is een betere samenwerking tussen de vervoersoperatoren essentieel.

Jan De Brabanter, Voorzitter van de ESRBHG : « Als er één regio is die wel degelijk belang heeft bij een gestructureerd interregionaal mobiliteitsoverleg, dan is het wel het Hoofdstedelijk Gewest. De Brusselse sociale partners moeten hier inspraak krijgen. Zo kunnen we werken aan overlegde mobiliteitsoplossingen, waarbij de pendelaars worden beschouwd als opportuniteit - niet als probleem

Yvan Hayez, Voorzitter van de CESW: « Duurzame mobiliteit vereist politiek, sectoraal en maatschappelijk overleg

Hans Maertens, Voorzitter van de SERV : «De bereikbaarheid van onze economische poorten en centra is cruciaal voor onze economische groei. Het ontwarren van de mobiliteitsknoop staat dan ook als hoogste prioriteit op onze agenda. De structurele oplossingen liggen op tafel en zijn alom gekend. Om dit structureel en snel te kunnen aanpakken is het belangrijk dat alle overheden goed samenwerken met het oog op een concreet resultaat. De oproep naar alle ministers van Mobiliteit is eigenlijk niet meer dan een vraag naar deugdelijk en daadkrachtig bestuur, ook in de interfederale overlegorganen. Dit om te voorkomen dat we binnenkort in Vlaanderen met zijn allen stilstaan. Bij de sociale partners vinden zij steun en draagvlak voor moedige maatregelen.»

Robert Tollet, Voorzitter van de CRB : « De sociale gesprekspartners vertegenwoordigen een belangrijke groep mobiliteitsgebruikers. Hen niet betrekken bij het uitwerken van een interfederale mobiliteitsvisie, zou een gemiste kans zijn !»

Wij verzoeken u om hier te klikken om de gemeenschappelijke verklaring te raadplegen.

De handelingen van het Colloquium

Op 8 juni 2017 organiseerde de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een colloquium over "Welk nieuw industriebeleid voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest? Het bestaande bewaren - de toekomst voorbereiden”. Dit colloquium wilde door middel van een multidisciplinaire en vergelijkende aanpak bijdragen tot het denkproces met het oog op de opstelling van een industrieel actieplan voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Wij verzoeken u om hier te klikken om de handelingen van dit colloquium te raadplegen of te downloaden.

Ondertekening van het eerste sectorale kaderakkoord in Brussel

De Brusselse gewestregering ondertekende op woensdag 28 februari haar eerste sectorale kaderakkoord, met de sector transport en logistiek. Het overleg tussen de regering en de sectoren over de versterking van de tewerkstelling en beroepsopleiding in het gewest, wordt gecoördineerd door de ESRBHG. Voorzitter Van de Raad Jan De Brabanter haalde aan hoe de opgedane ervaring met de transportsector, moet helpen om de onderhandelingen met andere sectoren te vergemakkelijken. Dit akkoord is het eerste in zijn soort in het gewest, maar zeker niet het laatste.

Nieuwe Voorzitter en Ondervoorzitter bij de ESRBHG

Nu woensdag 20 december heeft de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn nieuwe Voorzitter, Mijnheer Jan De Brabanter (BECI), en zijn nieuwe Ondervoorzitter, Mijnheer Philippe Vandenabeele (ACLVB) aangewezen.

 

Mijnheer De Brabanter volgt aldus Mijnheer Van Muylder op als Voorzitter van de ESRBHG, krachtens het vastgestelde beginsel van beurtwisseling (het Voorzitterschap wordt beurtelings - voor een periode van twee jaar - door een vertegenwoordiger uit de werkgeverskringen en een vertegenwoordiger uit de vakbondskringen waargenomen).

Wij verzoeken u om de foto's van dit evenement te ontdekken.

Tijdschrift van de Raad

De Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zopas het 24ste nummer van zijn Tijdschrift gepubliceerd.

Het dossier van deze editie is aan de circulaire economie in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gewijd. U kunt het Tijdschrift hier downloaden : Oktober 2017.

 

Sociale top 2017

Op 26 september 2017 zijn de Regering en de sociale partners in een 'Sociale top' bijeengekomen om de balans van de gevoerde acties op te maken en om de prioritaire beleidswerven 2017-2018 van de Strategie 2025 voor Brussel te bepalen.

Enkele hiervan zijn meer bepaald de goedkeuring van de eerste 100% Brusselse sectorale akkoorden met de belangrijkste sleutelsectoren voor tewerkstelling en economische dynamiek in ons Gewest, de goedkeuring van een Industrieel plan voor Brussel, de instelling van een Fonds voor Circulaire economie en de goedkeuring van een plan ter bestrijding van schoolverzuim in Brussel.

De sociale partners verheugen zich erover dat op hun verzoek de beleidswerf « mobiliteit » aan de Strategie 2025 werd toegevoegd. In dat kader zullen alle regelgevende teksten met betrekking tot de beleidsvoeringen op het vlak van mobiliteit ter advies van de Economische en Sociale Raad worden voorgelegd. Voor wat de belangrijkste beleidswerven betreft, zullen er voortaan samen met de sociale partners overlegmodaliteiten worden ingesteld.

De Voorzitter van de Economische en Sociale Raad, Dhr. Philippe Van Muylder, heeft eerst de prioritaire dossiers vastgesteld, waarover de Raad tot juli 2018 met de Regering wil samenwerken. Daarna heeft hij de gewestelijke overheden voorgesteld om na te gaan of werkgevers en vakbonden niet in staat zouden zijn om hun bijdrage te leveren aan het dossier van de Brusselse hervorming van de kinderbijslag, dat momenteel is geblokkeerd. Tevens heeft hij de aandacht van de Regering gevraagd inzake het dossier van de Poelaertwijk of -campus, waarover de sociale partners van mening zijn dat men alles in het werk moet stellen om te voorkomen dat deze tot een grote stadskanker wordt omgevormd.

De Ondervoorzitter van de Economische en Sociale Raad, Dhr. Jan De Brabanter, bevestigt dat : « De Strategie 2025 een uitstekende werkwijze voor deze Regering blijkt te zijn. Een Sociale top biedt de gelegenheid om een tussentijdse balans op te maken en om de prioriteiten voor morgen te stellen, des te meer daar de dossiers die een volledige participatie van de sociale partners inhouden, duidelijk zijn vastgesteld. Voor werkgevers en werknemers tellen uiteraard niet de doelstellingen, maar wel de resultaten van het beleid dat wordt gevoerd ».

Wij nodigen u uit om een samenvatting van de bijdrage van de sociale partners te lezen. 

Woon-werkverplaatsingen

Om de congestieproblemen in ons land aan te pakken, overwegen de verschillende beleidsniveaus oplossingspistes die een impact kunnen hebben op de huidige kostenstructuur van het woon-werkverkeer. Het in kaart brengen van deze structuur is dus belangrijk voor het sociaal overleg en het maatschappelijk debat over deze beleidsvoorstellen van mobiliteitsoplossingen. De interprofessionele en gewestelijke sociale partners hebben de secretariaten van de CRB en de regionale ser’s (SERV, ESRBHG en CESW) dan ook verzocht om de voorliggende nota op stellen die een ruwe schatting geeft van de directe kosten van het woon-werkverkeer voor de werkgevers en de loontrekkers uit de privésector, en dit per vervoermodus.

 

Tijdschrift van de Raad

De Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zopas het 23ste nummer van zijn Tijdschrift gepubliceerd.

Het dossier van deze editie is aan het colloquium over het nieuwe industriebeleid voor Brussel gewijd. U kunt het Tijdschrift hier downloaden : Juli 2017.

 

 

Colloquium over het nieuw industrieel beleid voor Brussel

Op 8 juni 2017 heeft de Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een colloquium georganiseerd over het nieuwe industriebeleid voor Brussel.

Tijdens dit evenement kwamen sprekers uit de academische wereld en de private en openbare sfeer aan het woord om hun visie over het behoud en de ontwikkeling van een stedelijke industrie  in het Brussels gewest uiteen zetten.       

Bij wijze van inleiding tot het colloquium heeft mevrouw Claire Dhéret, politiek analiste bij het European Policy Centre, het nieuw industriebeleid van de Europese Unie uiteengezet. Dit heeft ons toegelaten om een aantal conclusies te trekken wat betreft het Brussels gewestelijk niveau.

Professor Christian Vandermotten heeft vervolgens een balans opgemaakt van de industriële activiteiten te Brussel, zowel inzake hun vestigingsnoden als in het kader van de recente evolutie van hun activiteiten.

Het eerste luik van dit colloquium werd afgesloten met een rondetafelgesprek met vertegenwoordigers van de verschillende pijlers van het Brussels industriebeleid (ruimten voorbehouden aan industriële activiteiten, polen (clusters), R&D, sociale actoren, competentiepolen, mobiliteit / logistiek) en met een voorstelling van het Kanaalplan door de heer Tom Sanders.

Tijdens het tweede gedeelte van het evenement is de Raad overgegaan tot een vergelijkend overzicht van het industriebeleid dat in de regio Ile-de-France en het Vlaamse en Waalse gewest wordt gevoerd.

Het derde en laatste luik van dit colloquium was gewijd aan het nieuwe industriebeleid dat in het Brussels gewest moet worden gevoerd. Getuigenissen over wat men voor de toekomst zou kunnen overwegen werden gevolgd door een rondetafelgesprek van een panel bestaande uit sectorale economische en syndicale verantwoordelijken die hun noden en eisen kenbaar hebben gemaakt.

De akten van dit colloquium zullen binnenkort beschikbaar zijn. Het zal een referentiedocument zijn voor al wie voor deze vraagstukken belangstelling toont.    

Wij nodigen u echter nu reeds uit om de presentatie van de verschillende sprekers te ontdekken (klik hier).

Jaarverslag 2016

De Economische en Sociale Raad voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest heeft zopas zijn Jaarverslag 2016 gepubliceerd. 

U kunt het downloaden door op de afbeelding of hier te klikken.

 

 

 

 

Verklaring inzake gegevensbescherming

Created and hosted by CIGB